Polderlab Vrouwe Venne | Circular Landscapes
Circular Landscapes onderzoekt in de Vrouwe Vennepolder bij Leiden, met burgercoöperatie Land van Ons, de Universiteit van Leiden en zeven telers, een fundamenteel ander model van voedselproductie in natte veengebieden, zowel wat betreft gewassen en teelten, als wat betreft organisatie en exploitatie.
Wat moet er naar aanleiding van jullie onderzoek anders betreft de omgang met het landschap als productielandschap van voedsel, energie en de ontginning van grondstoffen?
De huidige intensieve melkveehouderij in het veenweidegebied leidt tot voortgaande bodemdaling, forse CO2-uitstoot en verlies van biodiversiteit. Daar zijn de meeste deskundigen het wel over eens. Met alleen technische – en vaak dure – maatregelen als drukdrainage en klei-injectie is dat nooit op te lossen. Duurzame voedselproductie op natte veengronden vraagt echt om een andere aanpak. Natte teelten, zoals lisdodde en cranberry, lijken een interessant perspectief, maar een brede toepassing hiervan is nog ver weg. Naast de onzekerheden over de economische haalbaarheid speelt ook de beeldvorming van het ‘unieke’ veenweidelandschap een grote rol. Het Groene Hart wordt vereenzelvigd met grazende koeien, broedende weidevogels en eindeloze vergezichten. Een open discussie over alternatieven wordt zo in de kiem gesmoord. Het is hoog tijd om te laten zien dat er wel degelijk alternatieven zijn, die zowel voor de boer als voor het landschap enorme kansen bieden.
Wat stellen jullie voor in het project om dat aan te pakken?
Polderlab Vrouwe Venne laat zien dat voedselproductie op natte veengronden niet ten koste hoeft te gaan van klimaat, biodiversiteit en landschap. Hier worden nieuwe beheer- en verdienmodellen ontwikkeld, die meer in evenwicht zijn met de natuur en aantrekkelijke nieuwe landschapsbeelden opleveren. In nauwe samenwerking tussen boeren, onderzoekers, burgers en overheden wordt geëxperimenteerd met ander graslandbeheer en natte teelten, zoals waterplanten, wilde rijst en veenmos. Burgercoöperatie Land van Ons heeft hiervoor 33 ha land aangekocht en beschikbaar gesteld. De brede samenwerking, het organisch groeimodel en de landschappelijke schaal maken dit project bijzonder. Circular Landscapes heeft het masterplan ontworpen dat ruimte biedt voor lokale experimenten en tegelijkertijd nieuwe kwaliteiten toevoegt aan het onderliggende landschap. Een afgewogen en aansprekend ontwerp is een onmisbare voorwaarde gebleken om mensen met andere ogen te laten kijken naar het landschap en te werken aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de nodige verandering.
Wat voor impact zou dit hebben?
Inmiddels is het waterpeil in de Vrouwe Vennepolder verhoogd en beginnen de eerste teeltexperimenten resultaten op te leveren. De waterkwaliteit en de biodiversiteit zijn al fors verbeterd en ook het landschap - oorspronkelijk eentonige graslanden- wordt veel diverser, met meer afwisseling tussen droge en natte delen en een gevarieerdere begroeiing. De geleidelijke ontwikkeling geeft tijd om te wennen aan het nieuwe landschapsbeeld, terwijl het historische patroon van sloten, kaden en percelen herkenbaar blijft. De lokale impact van het project is evident. Tegelijkertijd is het ook een voorbeeld voor natte teelten elders in het Groene Hart of andere veenweidegebieden. Regelmatig komen geïnteresseerden uit binnen- en buitenland naar Polderlab Vrouwe Venne om te leren van de hier opgedane ervaringen. De Universiteit van Leiden heeft er een meerjarig onderzoeksprogramma lopen. En het project krijgt al navolging: bij Oude Leede is een nieuw voedselmoeras in aanleg, waar vergelijkbare ontwerpprincipes worden gehanteerd.
De huidige intensieve melkveehouderij in het veenweidegebied leidt tot voortgaande bodemdaling, forse CO2-uitstoot en verlies van biodiversiteit. Daar zijn de meeste deskundigen het wel over eens. Met alleen technische – en vaak dure – maatregelen als drukdrainage en klei-injectie is dat nooit op te lossen. Duurzame voedselproductie op natte veengronden vraagt echt om een andere aanpak. Natte teelten, zoals lisdodde en cranberry, lijken een interessant perspectief, maar een brede toepassing hiervan is nog ver weg. Naast de onzekerheden over de economische haalbaarheid speelt ook de beeldvorming van het ‘unieke’ veenweidelandschap een grote rol. Het Groene Hart wordt vereenzelvigd met grazende koeien, broedende weidevogels en eindeloze vergezichten. Een open discussie over alternatieven wordt zo in de kiem gesmoord. Het is hoog tijd om te laten zien dat er wel degelijk alternatieven zijn, die zowel voor de boer als voor het landschap enorme kansen bieden.
Wat stellen jullie voor in het project om dat aan te pakken?
Polderlab Vrouwe Venne laat zien dat voedselproductie op natte veengronden niet ten koste hoeft te gaan van klimaat, biodiversiteit en landschap. Hier worden nieuwe beheer- en verdienmodellen ontwikkeld, die meer in evenwicht zijn met de natuur en aantrekkelijke nieuwe landschapsbeelden opleveren. In nauwe samenwerking tussen boeren, onderzoekers, burgers en overheden wordt geëxperimenteerd met ander graslandbeheer en natte teelten, zoals waterplanten, wilde rijst en veenmos. Burgercoöperatie Land van Ons heeft hiervoor 33 ha land aangekocht en beschikbaar gesteld. De brede samenwerking, het organisch groeimodel en de landschappelijke schaal maken dit project bijzonder. Circular Landscapes heeft het masterplan ontworpen dat ruimte biedt voor lokale experimenten en tegelijkertijd nieuwe kwaliteiten toevoegt aan het onderliggende landschap. Een afgewogen en aansprekend ontwerp is een onmisbare voorwaarde gebleken om mensen met andere ogen te laten kijken naar het landschap en te werken aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de nodige verandering.
Wat voor impact zou dit hebben?
Inmiddels is het waterpeil in de Vrouwe Vennepolder verhoogd en beginnen de eerste teeltexperimenten resultaten op te leveren. De waterkwaliteit en de biodiversiteit zijn al fors verbeterd en ook het landschap - oorspronkelijk eentonige graslanden- wordt veel diverser, met meer afwisseling tussen droge en natte delen en een gevarieerdere begroeiing. De geleidelijke ontwikkeling geeft tijd om te wennen aan het nieuwe landschapsbeeld, terwijl het historische patroon van sloten, kaden en percelen herkenbaar blijft. De lokale impact van het project is evident. Tegelijkertijd is het ook een voorbeeld voor natte teelten elders in het Groene Hart of andere veenweidegebieden. Regelmatig komen geïnteresseerden uit binnen- en buitenland naar Polderlab Vrouwe Venne om te leren van de hier opgedane ervaringen. De Universiteit van Leiden heeft er een meerjarig onderzoeksprogramma lopen. En het project krijgt al navolging: bij Oude Leede is een nieuw voedselmoeras in aanleg, waar vergelijkbare ontwerpprincipes worden gehanteerd.
Locatie: Vrouwe Vennepolder bij Oud Ade
Ontwerpers: landschapsarchitect Pieter Veen (Circular Landscapes), architect Joost van Ettekoven (Van Ettekoven Ontwerp en Advies), educatief ontwerper Barbe Messing (Toink Creatie).
Stakeholders: Land van Ons, Universiteit van Leiden, Regio Holland Rijnland
Meer informatie:
polderlab.org
Ontwerpers: landschapsarchitect Pieter Veen (Circular Landscapes), architect Joost van Ettekoven (Van Ettekoven Ontwerp en Advies), educatief ontwerper Barbe Messing (Toink Creatie).
Stakeholders: Land van Ons, Universiteit van Leiden, Regio Holland Rijnland
Meer informatie:
polderlab.org